Login

CAPTCHA
Deze vraag dient om na te gaan of u een menselijke bezoeker bent teneinde spam inzendingen te vermijden.
5 + 6 =
Solve this simple math problem and enter the result. E.g. for 1+3, enter 4.

De Kalvaer, kapel van €100.000

De gemeenteraad van Herzele schrapte in februari 2018 de Grafkapel De Kalvaer op de lijst van beschermde documenten. Die had ze er zelf in 1996 opgezet ten tijde van de CVP/SP coalitie onder burgemeester De Pooter. Zo gemakkelijk is dat allemaal niet meer: omdat de gemeente zelf volgens de Dienst Erfgoed verantwoordelijk is voor de ‘verregaande verwaarlozing’ moet ze een vergoeding betalen van 114.000 € aan de Vlaamse Gemeenschap.

De grafkapel De Kalvaer dateert van het derde kwart van de 18de eeuw en werd in de 19de eeuw aangepast en hersteld. Het geheel bestaat uit een eenbeukige kapel met calvarie, een betonnen platform als omgang en de grafkapel, ingewerkt in een grotimitatie. De kapel werd omgeven door leilinden.

Historiek

Op de hoek van de Gentweg met de Armstraat moet reeds vóór 1640 een calvarie hebben bestaan, dit volgens A. Sanderus' kaart van het Land van Aalst

Volgens de website Onroerend Erfgoed in Vlaanderen werd die na het midden van de 18de eeuw door een nieuwe vervangen. Het initiatief hiertoe werd genomen door Lieven De Vrieze, meier van Steenhuize-Wijnhuize en van het Land van Zottegem. Die zag het licht na een bedevaart naar wat men toen nog het Heilig Land noemde. Hij besloot  met zijn geburen en vrienden een bidplaats op te richten. Hijzelf stond in voor het grootste deel van de uitgaven. De werken moeten in 1765 zijn beëindigd: op de praalboog boven het kruis vormt de tekst "Ach wat schonen boom des levens" het chronogram 1765.

In 1861 vonden herstellingswerken aan de calvarie plaats, waarna de relikwieën van de jeugdige martelaar Brixius werden ingehuldigd. In de achtergevel bevinden zich ankers in de vorm van M, I, F, D, V, waarvan "F" en "D.V." verwijzen naar de families Francq en De Vos die voor de herstellingskosten instonden. 

Later werd de calvarie beheerd door notaris Oscar De Savoye die in 1865 was gehuwd met een dochter van de familie Francq: beiden stonden in voor de onderhoudskosten maar inden tevens de giften van de talrijke bedevaarders (vooral met Pasen en september-kermis) en gingen mettertijd de calvarie met grafkapel als hun eigendom beschouwen. Hier ontstond een eeuwenoud dispuut. De katholieke gemeenteraad van Sint-Lievens-Esse liet begaan, zodat men honderdvijftig jaar later nog twijfelde aan het eigendomsrecht over de kapel. Het was nochtans eenvoudig: de kapel stond nergens op het kadaster en was dus publiek bezit. Hier werd de gemeenschap voor de eerste keer bestolen: de sleutels van de offerblokken bevonden zich bij de notaris. Die zou de centen gebruiken om de kapel te onderhouden. In 1875 stortte ze in, volgens de toenmalige “Wakkere vrienden van Wijnhuize’ en werd nooit meer recht gezet. Andere bronnen vermelden nog schilderwerken in de jaren 55-56. Voorlopig is het ons dus niet duidelijk wat men daar precies ging schilderen. De eigendom was ondertussen overgegaan op de dochter van de notaris, juffrouw Rachel De Savoye, die in 1986 overleed. Tenslotte ging de calvarie met grafkapel over op een kleindochter van de notaris, mevrouw Ch. Hoorens-Becquart. Er werd geen verder onderhoud meer uitgevoerd. Charles Hoorens, rechter in het Hof van Beroep, zette de traditie verder en beschouwde de kapel als de zijne zonder er veel aan te doen.

Een kleine zijsprong: dezelfde rechter legde omwille van een spottende advertentie rond illegale boomkappingen in het toenmalige weekblad PANO klacht neer tegen onderstaande én de toenmalige uitgever van het weekblad PANO, Raymond Van Boxtael, voor laster en eerroof. De Gerechtelijke Politie kwam er aan te pas, ontruimde een verhoorkamer in het gemeentehuis van Herzele en klasseerde het dossier vertikaal.  

In 1995 vroeg het College van Burgemeester en Schepenen van Herzele de opname van de (toen al zwaar beschadigde) kapel op de lijst van beschermde monumenten. Men aarzelde in het begin omdat men geen preciese schattingen had van de restauratiekosten. Die had men gevraagd aan gemeentelijk ingenieur Frans Borms. Deze dacht aan een kleine 4 miljoen frank… maar wou dat bedrag niet op papier zetten. Geen onoverkomelijk euvel, zegt de bureauchef in zijn nota: ‘Onze ingenieur zet zelden iets op papier.’  Politiek kon toen nog sappig zijn.

Dertien jaar later doet men het omgekeerde en vraagt men de klassering opnieuw in te trekken. De voortdurende verwaarlozing heeft zijn prijs. De Dienst Erfgoed doet de gemeente 114.000 € betalen. Toenmalig burgemeester De Pooter was vragende partij voor de bescherming. De opeenvolgende politieke bestuurders lieten de kapel verwaarlozen. De merkwaardigste getuige en de enige die nog politiek actief is van het toenmalige Schepencollege, is SP.a-gemeenteraadslid Noël De Smet. Die stemde in 1995 als schepen voor de bescherming in 1995 en vraagt mee met zijn andere collega’s de opheffing daarvan in 2018.

Beelden

Het Agentschap Erfgoed vermeldt op zijn website ook nog de aanwezigheid van een aantal beelden in de kapel: De voorgevel die nagenoeg volledig is geopend vormt eigenlijk een portiek met aan weerszijden een beeld op sokkel, Maria en Johannes voorstellend, en in het midden een groot houten kruis waarvan het Christusbeeld is weggenomen.”

Het Christusbeeld werd destijds in bewaring genomen door de Parochiegemeenschap. De zoektocht naar de beelden is wat moeilijker. De ene situeert ze in de kelder van de woning van de familie Hoorens-Becquart, de andere heeft ze zien staan op de schouw van een vroegere burgemeester. Wordt vervolgd. Alle tips zijn welkom.

Filip De Bodt

 

 

 

 

 

 

Tags: