Login

CAPTCHA
Deze vraag dient om na te gaan of u een menselijke bezoeker bent teneinde spam inzendingen te vermijden.
1 + 2 =
Solve this simple math problem and enter the result. E.g. for 1+3, enter 4.

EN TOEN SCHIEP DE MIDDENKLASSE DE BINNENSTAD NAAR ZIJN BEELD EN GELIJKENIS.

De heroveringsstrijd begon na de extreem-rechtse verkiezingsoverwinningen van de jaren negentig met een elitair, arrogant en enggeestig stadsdiscours dat kristalliseerde rond de thema’s ’onveiligheid’, ’migranten’, ’illegalen’, ’geweld’, ’armoede’, ’verloedering’ en ’vuil’.

Allemaal obstakels die moesten weggewerkt, weggestopt of gedeporteerd worden vooraleer de begoede middenklasse haar wederoptreden kon maken op het stedelijke podium. De herovering van de stad is ondertussen goed op gang gekomen en de bevoegde Vlaamse minister vermeldt trots in een recente beleidsbrief dat het bij de start van het Stedenbeleid in 2000 de bedoeling was ”de stadsvlucht van economisch sterke en sociaal-cultureel actieve groepen te stoppen. (...) De laatste jaren is het resultaat van deze inspanningen zichtbaar geworden. De steden zijn opnieuw meer leefbare plekken geworden, waardoor de stadsvlucht in zekere mate tot stilstand is gekomen. Enerzijds is er de stedelijke bevolkingsaangroei door middel van internationale migratie, anderzijds wordt vastgesteld dat er een zekere terugkeer is van de middenklasse naar de meer trendy buurten in de binnenstad. (...)  De beleving van wonen in de stad is opnieuw in een positieve opwaartse spiraal terechtgekomen.” (Keulen, 2005, p.5).

De minister is zich bewust van de sociale verdringing die in ‘trendy buurten’ plaatsvindt en geeft dat ’eerlijkheidshalve’ toe : ”Eerlijkheidshalve moeten we vaststellen dat de evolutie in bepaalde wijken een ander resultaat heeft gegeven: door de opwaardering van bepaalde buurten en het aantrekken van meer vermogende gezinnen verhuizen sommige minder vermogenden naar andere wijken van de stad of zelfs buiten de stad.” (p.5) De minister voegt eraan toe dat de ’minder vermogenden’ niet noodzakelijk ’elders’ moeten gaan wonen dank zij het ’streven’ naar ’projecten’: ”We moeten er naar streven projecten te ontwikkelen die niet alleen nieuwe groepen mensen naar de stad doen trekken maar die ook de huidige stedelingen het gevoel blijven geven dat ze thuis zijn in hun buurt, wijk, stad en hun thuis niet elders moeten gaan zoeken.” (p.6)

Een gelijkaardige schaamteloze toon – de armen moeten plaatsmaken voor de rijken in de stad met hulp van de overheid, en we zien wel waar de armen terechtkomen – wordt aangeheven in het Liberaal Stedenmanifest (2004) van de VLD. Het manifest verklaart de stad opnieuw ”sexy”, en “Voor ons is gentrification, de inwijking van een begoede klasse in achtergestelde wijken, niet per se een vies begrip. De stedelijke renaissance is slechts in beperkte mate het gevolg van een beleid tot op heden, het is vooral een spontane nieuwe dynamiek in de samenleving. Wij willen een stedelijke overheid die de nodige ruimte schept, letterlijk en figuurlijk voor deze trend.” (p.7, mijn onderlijning). 

Maar ook hier wordt de pil verzacht met een wollige belofte. Om de ’negatieve gevolgen’ van gentrification te bestrijden (het gebruik van deze Engelse academische term in een Nederlandstalige tekst heeft op zich een depolitiserend effect omdat het de indruk wekt om een onvermijdelijke en universele trend te gaan, vastgesteld door eminente ’neutrale’ wetenschappers), vormt een ”aangepast stedelijk huisvestingsbeleid een essentieel instrument” (p.7). Co-auteur Sven Gatz roept als goede liberaal het mysterieuze marktmechanisme in om sociale verdringing te verklaren en maakt op die manier verdringing onvermijdelijk, haast natuurlijk : ”De vastgoedmarkt kun je als overheid heel moeilijk controleren. Je kunt geen hele wijk opkopen. Je kunt wel wat sociale woningen kopen, maar de gentrification helemaal tegenhouden, vergt van de overheid te veel middelen. De onzichtbare hand is daar te sterk.” (interview in Knack, 26/2/2004 – mijn onderlijning).

Maar gentrifiëring is geen onschuldig marktgebeuren. Het is een soms subtiel, soms grimmig proces van politieke intimidatie en politiegeweld. Op het De Coninckplein in Antwerpen probeert de stedelijke overheid via prominente architectuurprojecten, vestigingspremies voor ’kwalitatieve zaken’, heroriënteringspremies voor ’imagoverlagende zaken’ (stad Antwerpen) en stelselmatig hard politieoptreden de onzichtbare hand een handje toe te steken, zoals blijkt uit de bedenking van een oog-getuige : ”Nu het designcenter en de nieuwe bibliotheek in het De Coninckpleinbuurt er als staan als voorpost moeten de bouwpromoteren ook hier verder hun gangen kunnen gaan. Alleen één probleempje : de zwartjes, de drugslachtoffers en de marginaaltjes die in de weg lopen. Ook al die louche stammeneebazen die geen deftige stammeneebazen willen worden, aangetast door tavernitis, liggen dwars. Hoe lossen we dat op ? Simpel, we criminaliseren heel de buurt daar, zodat de publieke opinie gebrainwasht kan worden via de gazetten en de geruchtenmolen. Oei oei, ’t is daar gevaarlijk, want de polies moet daar altijd controleren in volle tenue de bataille. In ’t passant blijven die vieze zwarten, marginalen en ander drugsgespuis wel uit de buurt. De cafébazen en andere neringdoeners van het De Coninckplein gaan failliet. De stad kan de rommel opkopen, doorversassen aan hun vriendjes de bouwpromoteren die er dan later stukken van mensen aan verdienen. Want de buurt is dan geherwaardeerd, de vastgoedprijzen stijgen en ... zakken vol. Dat de ziel uit deze buurt is weggerukt zoals ze dat hebben gedaan in ’t Schipperskwartier en de Kievitbuurt is maar bijkomstig. Als het maar glamourt, schittert en glittert. Wie gaat zich dat nu aantrekken, als we er maar aan verdienen. Dat is de echte reden waarom men juist op het De Coninckplein zo’n controles doet” (Ceunink van ’t Plein, 2005). 

Volgens het Vlaams Belang is de ’stadsvlucht’ nog steeds aan de gang en raakt Vlaanderen daardoor meer verstedelijkt: ”Alsmaar meer mensen verlaten de stad. Op de vlucht voor verkrotting, vervreemding, criminaliteit en een hoge belastingdruk. Het Vlaams Belang wil de stadsvlucht zo snel mogelijk stoppen. De overheid moet wonen en werken in de stad weer aantrekkelijk maken. Daarvoor is een pakket maatregelen nodig. Wij denken daarbij aan een harde aanpak van de criminaliteit, aan de sanering van verloederde wijken en aan het verlenen van premies en subsidies die het wonen in de stad ook fiscaal bevorderen.” (Vlaams Belang, Programma Verkeer, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, 2004).

Geheel binnen de racistische logica van het Vlaams Belang zijn de niet-Europese vreemdelingen, die schaamteloos met misdaad worden gelijkgesteld, direct verantwoordelijk voor de sociale problemen in Brussel en eigenlijk in gans het land:  Brussel, de hoofdstad van Vlaanderen, zuigt nog steeds een overgroot aandeel van de totale immigratie in België op. Dit heeft voor de sociale cohesie in de volksbuurten zware gevolgen en leidt tot een maatschappelijke context waarin misdaad en verloedering in het ganse land snel om zich heen grijpen” (Vlaams Belang, Programma Vreemdelingenbeleid, 2004). Alhoewel het Vlaams Belang de Vlaamse Rand Vlaams wil houden, worden de stijgende woningprijzen ten gevolge van de  inwijking van Europese vreemdelingen vreemd genoeg afgedaan als wrevel: ”We stellen nochtans vast dat, afgezien van de terechte wrevel over stijgende grondprijzen in residentiële gemeenten in Antwerpen, Limburg en in de Vlaamse randgemeenten, de inwijking van EU-vreemdelingen geen onoverkomelijke problemen hoeft te scheppen.  (Vlaams Belang, Programma Vreemdelingenbeleid, 2004).

De aangewende terminologie – in het geval van het Vlaams Belang gedrenkt in racistische wartaal – past volledig in het hegemonische discours van een machtige minderheid: de begoede blanke middenklasse. Het louter gebruik van de term ’vlucht’ impliceert de vlucht voor iets gevaarlijk, iets ongewenst (anderen, vreemdelingen, vuil, misdaad, verval), en draagt een zekere urgentie in zich

[1]

. Men spreekt uitsluitend over stadsvlucht gevolgd door terugkeer. Dit is uiteraard het verhaal van de begoede middenklasse. Dit is niet het verhaal van de meerderheid van stedelingen die nooit ’gevlucht’ zijn en dus altijd gewoon in de stad zijn blijven wonen, noch van de ingeweken bevolkingsgroepen die een totaal tegengestelde stedelijke geschiedenis kennen (inwijking in de binnenstad gevolgd door uitwijking, al dan niet gedwongen).

Men spreekt uitsluitend van heropleving en renaissance wanneer de dominante minderheid de stad herondekt. De ’meditterane opleving’ van Brussel en andere steden in de jaren 1970 en 1980 wordt koppig vergeten en weggeschreven, het behoort niet tot de officiele blanke suburbane geschiedschrijving van de stad – het bestaat niet. De stad kan alleen maar ’heropleven’ indien de ’sociaal-cultureel actieven’ terugkomen, daarbij veronderstellend dat de huidige bewoners sociaal-cultureel ’passief’ zijn – niets is minder waar uiteraard. In een poging om wonen in de stad terug aantrekkelijk te maken, vallen bewindslui paradoxaal terug op hardnekkige anti-stedelijke vooroordelen die decennialang de stedelijke verbeelding van de middenklasse gevoed hebben. Een stedelijke renaissance kan alleen maar plaatsvinden indien de anti-stedelijke clichés voor waar worden aangenomen.

Er kan geen stedelijke heropleving gebeuren zonder dat die heropleving voorafgegaan wordt door een donkere periode van verval en verloedering. Maar de stad die voorafging aan de zogenaamde heropleving hoeft helemaal geen verloederde stad te zijn, natuurlijk. Het hangt er maar van af welk verhaal wordt geschreven – dat van inwijkelingen die een betaalbaar huis vonden midden in de stad, dat van de bewoners die altijd graag in hun buurt hadden gewoond en niet weg wilden, of dat van de begoede uitwijkeling die het bezit van een suburbane villa en twee wagens noodzakelijk achtte voor het behoud van een middenklassestatus.

De ’andere’ verhalen, de verhalen van (mediterrane) inwijkelingen, of van de arbeidersklassen die zijn gebleven, zijn niet geschreven. Niet verwonderlijk gezien het overgrote deel van wetenschappers en beheerders van onderzoeksfondsen blanke suburbane mannen zijn die een stedelijke onderzoekswereld hebben geschapen naar eigen beeld en gelijkenis.

De huidige ’renaissance’ wordt paradoxaal gestuurd door anti-stedelijkheid: de ongewenste stad moet eerst verdrongen en vernietigd worden voor de grote terugkeer kan plaatsvinden

[2]

.  In een artikel gepubliceerd op de VLD-Brussel webstek trekken Sven Gatz en medeauteurs van leer tegen een ’armenbeleid’ in de stad (Gatz et al., 28/1/2005), en in het Liberaal Stedenmanifest wordt de trendbreuk van armenbeleid naar rijkenbeleid kleurrijk verwoord: ”Geen armenpolitiek meer. De grootsteden mogen niet langer bedelen voor extra financiële armslag voor stadskankers en achterstandswijken. Veiligheidscontracten, stedelijke impulsfondsen en aanverwanten miskennen de gelijkwaardigheid en de deskundigheid van de steden.”

Volgens deze redenering is de stad, na vele jaren van veiligheidsbeleid en doordachte buurtvernieuwing, klaar voor de opvang van de rijken en moeten de ’oude’ beleidsinstrumenten wijken. Nu de stad eindelijk de vruchten kan plukken van jarenlange inspanningen om de leefbaarheid te verhogen, wil de begoede middenklasse haar stad terug en moeten de ’oude’ bewoners, die nu eindelijk kunnen genieten van een meer leefbare stad, elders gaan wonen.

De teruggekeerde welstellende stadsbewoner wordt geconfronteerd met een andere stad – de multiculturele stad. De nieuwe vrijdenkende hooggeschoolde welbetaalde en welbetalende stadsbewoner heeft daar geen problemen mee. Integendeel, het biedt de begoede stedeling een waaier aan culturele mogelijkheden op het vlak van muziek, film en theater en een enorm aanbod aan exotisch eten en drinken – precies wat de cosmopolitane liberaal nodig heeft. Stedelijke internationaliteit gereduceerd tot exotisch naamloos consumptiegoed, afgeleverd aan de begoede blanke middenklasse door vriendelijke kelners en marktkramers van vreemde origine. 

De omvorming van de binnenstad om tegemoet te komen aan het stedelijk wensbeeld van de begoede middenklasse gaat problemen opleveren in de nabije toekomst. De hoop op stedelijke renaissance via de invoer van rijken en de uitvoer van armen is vals. De verdringing van minderbegoede bewoners leidt onvermijdelijk tot nieuwe concentraties van armoede buiten de binnenstad die schreeuwen om een ’armenbeleid’. De verdringing van armen zal onvermijdelijk een nieuwe geografie van stedelijk conflict in het leven roepen die schreeuwt om ’harde aanpak’, repressie en politie. Gentrifiëring is een fenomeen dat investeringen in stedelijke stenen uiterst winstgevend maakt, en dus de rijken rijker (en de armen armer). Maar een oplossing voor stedelijke ’problemen’, of de motor van een stedelijke heropleving, is het niet. Friedrich Engels merkte reeds op dat ”capitalism does not solve its problems, it merely shifts them around”. Gentrification, een prima voorbeeld van stedelijk kapitalisme, doet precies dat: problemen verschuiven, niet oplossen.

Gentrifiëring leidt niet alleen tot nieuwe vormen van segregatie en een verhoogde polarisatie, maar maakt ganse binnenstedelijke buurten steriel. Het vertrappelt de ziel van de binnenstad, het verwijdert de angel uit het stedelijk leven.  De homogenisering van de binnenstad volgens de normen en de waarden van de suburbane begoede middenklasse maakt de binnenstad klinisch dood. Heterogeniteit, conflict en verschil, toevalligheid, ongemakkelijkheid en onvoorspelbaarheid, inclusiviteit en tolerantie, samengebald in een kleine ruimte, vormen de essentie van de binnenstad. Dát is wat de stad tot een onvermoeizame culturele vernieuwer maakt. Gentrifiëring is gebaseerd op exclusiviteit en intolerantie voor niet-middenklasse belangen, waarden en normen. Gentrification staat voor homogeniteit en voorspelbaarheid. Gentrifiëring steriliseert de binnenstad, maakt ze onvruchtbaar. Gentrifiëring staat voor wat de binnenstad niet is.  Gentrifiers willen de stedelijke verscheidenheid van dichtbij meemaken en consumeren, maar zuigen tegelijkertijd het levensbloed uit die verscheidenheid door homogene verwachtingen te stellen inzake stedelijk leven en stedelijke bewoners. De binnenstad, geschimkt en gekleed om de toeristen en de welstellenden te verleiden, wordt daardoor een caricatuur van zichzelf, een fake stad, een binnenstad zonder dispuut. 

De gege
trifieerde stad is een gepolariseerde en gesteriliseerde stad. Misschien is het onvermijdelijk dat kapitaal terugkeert naar de stad omwille van mogelijke fenomenale winsten. Maar de stad mag geen frontier zijn waar pionierskapitaal gelijk wat en waar mag opkopen. De stad is geen frontier maar een dichtbewoonde bestaande sociaal-geografische eenheid die niet zomaar mag aan stukken worden gereten omdat kapitaal een oogje heeft laten vallen op mogelijke binnenstedelijke superwinsten door de opkoop en vernieuwing van goedkope woningen. De stad mag geen speelterrein zijn voor wild west kapitalisme zonder respect voor buurten en bewoners. In plaats van gentrifiëring verkeerdelijk voor te stellen als motor voor stadsvernieuwing, is het is de taak van bewindslui om gentrifiëring te sturen en te temperen.

   Guy Baeten
Doceert geografie aan de universiteit van Lund, Zweden

guy.baeten@keg.lu.se

Bibliografie

Ceunink van ‘t Plein (2005), Vergif op ‘t De Coninkplein ?, Antwerpen, indymedia.org

De Decker, P. (1993) De stad is vol, in Ruimtelijke Planning, jg.1, katern 3, p. 63-82

Kesteloot, C. & De Maesschalk F. (2001), Anti-urbanism in Flanders: the Political and Social Consequences of a Spatial Class Strugge Strategy, in Belgeo. Belgian Journal of Geography, no. 1-2, p. 41-62

Keulen, M. (2005), Beleidsbrief stedenbeleid. Beleidsprioriteiten 2005-2006, Vlaams Parlement (stuk 529), Brussel

Smith, N. (1996), The New Urban Frontier. Gentrification and the Revanchist City, Routledge, London

Stad Antwerpen, Premie De Coninckplein. Brochure 1, www.antwerpen.be

Stad Antwerpen, Premie De Coninckplein. Brochure 2, www.antwerpen.be

VLD, Liberaal Stedenmanifest, Brussel 2004

Vlaams Belang, Programma Verkeer, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Brussel 2004

Vlaams Belang, Programma Vreemdelingenbeleid, Brussel, 2004

 

 



[1]

De Decker suggereerde reeds in 1993 om te spreken van ‘selectieve migratie’ in plaats van ‘stadsvlucht’

[2]

Kesteloot en De Maesschalk (2001) merken overigens op dat anti-stedelijkheid eigenlijk altijd mee aan de basis heeft gelegen van Belgisch en Vlaams ruimtelijk beleid.

Gepubliceerd door: 

Tags: